Interview met Havva Jongen

Interview met Havva Jongen door: Janique kraan 3/11/2017

Wat is volgens u het belangrijkste doel van universitair onderwijs?

Mensen opleiden in het vak en hierin voorzien van een wetenschappelijke basis. Het gaat erom dat mensen het brede vak binnen een domein eigen maken en zich niet alleen op één onderdeel van het vak bekwaam maken. Breed opleiden dus, maar juist ook zorgen dat iemand zich kan specialiseren.

Er bestaat wel een valkuil, namelijk: té inhoudelijk worden opgeleid. Na een studie kom je in de praktijk in aanraking met allerlei belangen waar je tijdens het studeren meestal geen oog voor hebt gehad. Dan kun je veel ambities en idealen hebben maar al snel bedrogen uitkomen.

Hoe staat het er dan voor wat betreft de koppeling tussen leren en praktijk?

Ik denk dat universiteiten zich steeds meer bewust zijn geworden van het belang van de praktijk en hier meer voeling mee hebben. Er worden vaker mensen vanuit de praktijk binnengehaald, denk bijvoorbeeld aan gastsprekers of actualiteitencolleges. Daarnaast worden er nu ook vaak stages aangeboden, dit was voorheen niet overal het geval. Er is dus sprake van een sterke verbetering waardoor de binding met de praktijk veel meer wordt gemaakt. Wel denk ik dat deze nog beter kan en dat met name stages hier een goed middel voor zijn.

Hoe zou een verbetering op dit vlak eruit zien en waarom is dit belangrijk?

Ik denk dat de stage meer integraal in opleidingen aan bod moet komen. Nu is het nog heel geïsoleerd en is dat de periode dat je gaat proeven en uitvoeren in de praktijk. Ik zou iets van een doorlopende praktijkleerlijn invoeren, niet alleen vanaf jaar 3 of 4 maar dus al vanaf het begin van de opleiding.

Er zijn misschien ook wel vaker studenten die het fijn vinden om lekker te lezen en schrijven en die je dus echt wel verplicht moet uitdagen om de praktijk op te zoeken omdat ze het anders niet snel zullen doen. Het kan ook wel een hele waardevolle ervaring zijn om meer gericht na te denken over wat bij je past, wat je hierna wilt, wat de praktijk ergens aan heeft. Dus ook met die beleving ernaar te kijken en niet alleen maar van: oke dit hoort bij de studie en dit moet ik doen.

Welke factoren (maatschappelijk, economisch etc.) beïnvloeden universitair onderwijs?

Als het goed is zouden zulk soort factoren wel van invloed moeten zijn maar ik denk dat universiteiten van oudsher wel een soort instituties zijn die redelijk hun eigen stempel op het vak drukken, met name de onderzoeksgroep van de faculteit.

Dit is wel wat meer aan het veranderen, ook als kijkt vanuit de kwaliteitszorg naar de waarborging en meting van de kwaliteit van het onderwijs. Opleidingen moeten steeds meer onderbouwen hoe ze verzorgen dat hun opleiding goed blijft aansluiten op de eisen en ontwikkelingen in het werkveld. Alumnionderzoek en bijvoorbeeld ook werkgeversonderzoek is hierbij van groot belang. De aansluiting van opleiding naar arbeidsmarkt is dus wel een criterium bij de audits.

Dus Universiteiten worden ook gestimuleerd om deels praktijkgericht te zijn ingesteld?

Ja dat klopt, vanwege bijvoorbeeld dus die kwaliteitszorg. Maar wat ik wel heel veel in de praktijk tegenkom, omdat ik veel op het gebied van certificeringen en accreditaties doe, is dat vaak wanneer het moment komt dat opleidingen zich moeten verantwoorden over bijvoorbeeld de aansluiting van de opleiding met het werkveld, hier nog niet van tevoren genoeg over nagedacht is. Dan komt er naar voren van: oh.. we hebben nog geen alumnionderzoek uitgevoerd. Eigenlijk zou je willen dat de kwaliteitszorg een ongoing process is binnen het onderwijs en dat dit in de cultuur van de Universiteit tot uiting komt.  Niet pas achteraf bij verantwoording.

In welke mate zou universitair onderwijs zich ook moeten richten op de ‘employability’ van studenten?

Ik vind dit heel belangrijk. Ook de aandacht voor 21th century skills. Ik denk dat universitaire opleidingen zich hierbij moeten aansluiten. Binnen de arbeidsmarkt is er sprake van ontwikkelingen die zorgen voor steeds meer flexibilisering. Je bent niet snel meer voor lange duur in een bepaalde functie actief, maar moet je steeds door ontwikkelen om ook voor andere functies geschikt te zijn. Studenten zouden zich hier in ieder geval bewust van moeten worden. De manier om dit te doen is denk ik zorgen dat een opleiding ook kan verantwoorden waar in het curriculum er wordt gewerkt aan bijvoorbeeld de 21th century skills.

Welke aspecten zou u dan belangrijk vinden voor onderwijs gericht op employability?

Ik vind organisatiesensitiviteit een hele belangrijke competentie die je tegenwoordig meestal niet tijdens een opleiding ontwikkeld. Ik bedoel hiermee dat je leert aanvoelen wat de verhoudingen zijn binnen een organisatie, wat kan wel en niet, eigenlijk het politieke spel. Studenten worden steeds mondiger, wat een vooruitgang laat zien in de social skills. Maar het is hierbij wel belangrijk dat ze onthouden wat hun plek is en welke houding bij hun rol past.

Daarmee samenhangend is het ook belangrijk te kunnen doorgronden welke verschillende belangen en perspectieven een rol spelen. Dus niet alleen denken vanuit hoe je iets hebt geleerd tijdens de opleiding maar je ook kunnen verplaatsen in wat voor de werkgever van belang is. Een werkgever wil ook dat je jezelf ontwikkeld maar de belangen vanuit de organisatie moeten ook worden gezien en bediend. Het plannen en organiseren van je werk is hierbij ook een competentie die meespeelt.

Los daarvan is het belangrijk inzicht te krijgen in wat je wil, wat je leuk vindt en waar je kracht ligt.

Hoe zou het universitair onderwijs dit soort aspecten kunnen integreren?

Ik denk dat stage verplicht moet worden gesteld. Daarnaast zouden 21th century skills in het curriculum kunnen worden opgenomen, misschien als een soort vak. Samen zouden deze onderdelen echt een soort praktijkleerlijn kunnen vormen, een beetje in de vorm van loopbaanontwikkeling. De leerlijn zou opbouwend in complexiteit zijn, kijkend naar in welk jaar de student zit. Tegen het einde van de opleiding zal steeds meer de focus liggen op de uitstroom naar de arbeidsmarkt.

Wat zijn de hindernissen bij het daadwerkelijk invoeren van deze ideeën?

In het begin zal het met name over praktische dingen gaan zoals: waar iets bij komt moet ook iets af. De opleidingen zijn gebonden aan een bepaalde set van eindtermen die in het curriculum moet terugkomen. Is hierbinnen dan nog ruimte over? Je moet dan dus met docenten gaan overleggen welke onderdelen er eventueel kunnen worden geschrapt. Omdat hierbij verschillende belangen en ideeën bestaan, kan dit tot felle discussies leiden. Ook op visie-niveau: hoort het geven van dit soort onderwijs wel bij de taak van de Universiteit? Je zal dan als opleiding of faculteit een duidelijk standpunt in moeten nemen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                        

 

Comments are closed.